Grotere golfjes. De toppen beginnen te breken, met verspreide schapenkoppen.
Bladeren en twijgen bewegen voortdurend. Lichte vlaggen staan uit.
Kracht 3, Lichte koelte, is een wind van 7–10 kn, die op open zee golven van golven van 0.6 m opbouwt.
| Kracht | Naam | Wind | Golven | Zeegang |
|---|---|---|---|---|
| 0 | Windstil | < 1 kn | golven van 0.0 m | Zee als een spiegel. |
| 1 | Flauw en stil | 1–3 kn | golven van 0.1 m | Rimpelingen die op schubben lijken, zonder schuimkoppen. |
| 2 | Flauwe koelte | 4–6 kn | golven van 0.2 m | Kleine golfjes, nog kort maar duidelijker. De toppen ogen glazig en breken niet. |
| 3 | Lichte koelte | 7–10 kn | golven van 0.6 m | Grotere golfjes. De toppen beginnen te breken, met verspreide schapenkoppen. |
| 4 | Matige koelte | 11–16 kn | golven van 1.0 m | Kleine golven worden langer, met vrij veel schapenkoppen. |
| 5 | Frisse bries | 17–21 kn | golven van 2.0 m | Matige golven met een langere vorm. Veel schapenkoppen en wat nevel. |
| 6 | Stijve bries | 22–27 kn | golven van 3.0 m | Er ontstaan grote golven. Overal witte schuimkoppen en wat nevel. |
| 7 | Harde wind | 28–33 kn | golven van 4.0 m | De zee stapelt zich op en het witte schuim van brekende golven waait in strepen met de wind mee. |
| 8 | Stormachtig | 34–40 kn | golven van 5.5 m | Matig hoge, langere golven. De randen van de toppen verwaaien tot stuifwater en het schuim ligt in duidelijke strepen. |
| 9 | Storm | 41–47 kn | golven van 7.0 m | Hoge golven met dichte schuimstrepen. De toppen slaan om en rollen over, nevel kan het zicht beperken. |
| 10 | Zware storm | 48–55 kn | golven van 9.0 m | Zeer hoge golven met lange overhangende toppen. Het zeeoppervlak oogt wit en het zicht is beperkt. |
| 11 | Zeer zware storm | 56–63 kn | golven van 11.5 m | Uitzonderlijk hoge golven. De zee is volledig bedekt met lange witte schuimvlakken en het zicht is verminderd. |
| 12 | Orkaan | 64+ kn | golven van 14.0 m | De lucht is gevuld met schuim en stuifwater. De zee is volledig wit en het zicht is zeer sterk beperkt. |